C h a r l e s E y c k
In 1922 wint Charles Eyck de Prix de Rome met zijn schilderij ‘De verloren Zoon’ en die stelt hem in staat
naar Italië te gaan en daar te gaan werken. Hij ontmoet er de Zweedse schilderes Karin Meyer en op 23
december 1924 treden ze in Stockholm in het huwelijk. Na op verschillende plaatsen in Nederland en
Frankrijk gewoond te hebben vestigt het gezin Eyck zich in 1938 in het witte huis in het Ravensbos bij Schimmert. Charles Eyck is er voortdurend in de weer en werkt met veel energie aan opdrachten, vooral in kerken
in Noord-Brabant en Limburg. Hij heeft grote erupties van werkdrift en dat zal zo blijven tot op hoge leeftijd.
Veel van wat hij om zich heen ziet legt hij vast. Vaak in snelle schetsen waarin hij aangeeft welke kleuren hij
later zal gaan gebruiken. Vooral in de tekeningen en schetsen is de hand van de meester zichtbaar. Er zijn
niet veel disciplines waar hij zich niet mee bezig heeft gehouden. Uiteindelijk wordt hij zelfs architect en ontstaat er in 1958 een Gesamtkunstwerk in de realisering van de kerk St.-Joseph Arbeider in Meerssen-West.
Hij is dan een gevierd kunstenaar en zijn werken vinden gretig aftrek. Er komt een ommekeer rond 1960.
De kunst verandert structureel door toedoen van jongeren die experimenteren met nieuwe vormen van
expressie. Eyck kan daarin niet mee. Hij gaat zich verzetten. Wat eerst de kracht van zijn werk was wordt nu
tegen hem gebruikt. Zijn taferelen van boerderijen en processies, van schutterijen en Limburgse landschappen worden minder gewild. De grote kerkelijke opdrachten blijven uit en hij moet accepteren dat hij wordt
overvleugeld door jongere kunstenaars. Daar ergens is hij stil blijven staan, hoewel hij stug doorwerkt op zijn
manier. Na zijn dood in 1983 zakt de belangstelling nog verder weg en zijn honderdste geboortedag wordt
in 1997 weliswaar gevierd met enkele tentoonstellingen in Limburg, maar ook met een symposium waarin
felle discussies ontstaan over zijn belangrijkheid als beeldend kunstenaar. De laatste jaren is er echter een
ommekeer waar te nemen, waarbij zijn werken weer de waardering krijgen die ze ooit hadden. Niet alleen
in Limburg, maar ook daarbuiten. Het is dan ook terecht dat zijn werk werd opgenomen in de Kerncollectie
Limburg 1870-1970, uitgegeven door het Bonnefantenmuseum in Maastricht en bestaande uit het werk van
de invloedrijkste kunstenaars van die eeuw.
Beroep
Schilder, beeldhouwer, glazenier, monumentaal kunstenaar, boekillustrator, tekenaar
Opleiding
Academie voor Beeldende Kunsten Rotterdam. Rijksacademie voor Beeldende Kunsten Amsterdam.
Glasatelier Mesterom Bunde
Stijl
Figuratief expressionisme
Technieken
Aquarel, keramiek, pastel, glas in lood, lithografie, pentekeningen, olieverf, beeldhouwen, wandschilderingen
Onderwerpen
De natuur, de mens, dieren, gebouwen, religie, Limburgse folklore
Soort werk
Portretten, landschappen, volksfeesten, straatgezichten, religieuze werken, beelden in hout, steen
en brons, schalen, vazen, mozaïeken
Studiereizen
Italië, Spanje, Zweden, Frankrijk, Griekenland, Curaçao
Contact met
Harry Koolen, Eugène Laudy, Hub Levigne, Alphons Volders, Joep Nicolas
Beïnvloed door
Georges Braque, Parijse School, Pablo Picasso, Maurice Utrillo
Prijzen
Koninklijke Subsidie voor de Vrije Schilderkunst 1921. Goud Prix de Rome Schilderkunst 1922. Willink van
Collenprijs 1927. Grand Prix wereldtentoonstelling Parijs 1937
Exposities
Stedelijk Museum Amsterdam 1927. Galerie Blanche Guillot Parijs 1929. Hedendaagsche
Limburgsche Kunst Den Haag 1937, met 22 catalogusnummers. Wereldtentoonstelling Parijs 1937. Hasselt 1959.
Aenstelle Amstelveen 1967. De Beyerd Breda 1967. Kritzraedthuis Sittard 1967, 1985. Bonnefantenmuseum
Maastricht 1977. Streekmuseum Land van Valkenburg 1994, 1997. Provinciehuis Maastricht 1995. Limburgs Museum Venlo 1997. Museum van Bommel-van Dam Venlo 1997. Saint Michel en Vervins 2002. Château St.-Gerlach
Houthem 2003. Kasteel Oost Eijsden 2005